Dansmarathon

Sommige mensen gaan dansend door het leven. Maar dat betekent niet dat ze elke minuut van de dag letterlijk aan het dansen zijn. Laat staan dat ze dat uren of dagenlang aan een stuk door doen. Dansen.

Ik zag tijdens het zappen op donderdagavond dat de dansmarathon op SBS6 was begonnen en bleef een kwartiertje hangen terwijl ik keek naar alle enthousiaste koppels die meededen aan deze wedstrijd en werd er helemaal vrolijk van. Daarna ging ik dingen doen als whatsapppen, de kat eten geven, een was in de wasmachine doen, Netflixen, soep koken (voor de lunch van vrijdag) en lezen in bed.

Ik sliep tegen twaalf uur ‘s nachts, stond om 7 uur op, ruimde na het ontbijt de woonkamer en keuken op, stofzuigde de hele benedenetage, hing de was op, maakte het toilet schoon en ging douchen (inclusief haren wassen). Daarna checkte ik mijn werkmail en zette ik de spullen klaar voor de interviewtraining die ik vandaag bij mij thuis aan twee nieuwe collega’s ging geven. Die stonden tegen tienen op de stoep. We dronken thee en koffie, maakten kennis en vervolgens startte de training.  Er was een lunch en een ommetje tussendoor en daarna gingen we verder. Om vier uur ‘s middags vertrokken ze weer. Ik zwaaide ze vrolijk uit, het was een leuke bijeenkomst geweest. Daarna kwam Lief thuis (die had de auto ingeleverd bij een ANWB inleverpunt een paar plaatsen verderop; we hebben onze eerste eigen auto namelijk aan de ANWB verkocht omdat we een nieuwe (tweedehandse) auto hebben gekocht die niet wat groter is en wel deuren voor de passagiers op de achterbank en een trekhaak heeft) en vlak daarop ook Jongste (die zijn laatste schooldag voor de herfstvakantie er op had zitten).  Er was thee. En we besloten eens luxe uit eten te gaan (vanwege de verkoop van de auto en het vieren van de vakantie), maar toen stapte de buurvriend binnen met de vraag of iemand hem naar de huisartsenpost kon rijden omdat er tijdens het klussen een metaalsplinter in zijn oog was gesprongen. Dus ging Lief met hem mee terwijl ik eigenlijk gewoon eens helemaal niets deed. Na anderhalf uur kwam Lief weer thuis, maar was de uit-eten-gaan-puf wat weg. We besloten dat Jongste mocht kiezen; toch uit eten, of liever iets bezorgen? Hij koos voor patat en snacks laten bezorgen, dus deden we een online bestelling en maakten we een salade voor erbij. We aten lekker lui op de bank het gebrachte eten op en toen zag ik bij het zappen naar iets leuks dat die dansmarathon dus NOG STEEDS gaande was.

Terwijl ik al die dingen deed die ik net vertelde, huis opruimen, koken, zeven uur slapen, een hele dag werken, ontbijten, lunchen en wat al niet meer, hadden al die mensen steeds staan dansen. Al meer dan 24 uur. Ik had geen idee hoe dat zou moeten voelen, of dat überhaupt een beetje te doen was. Het leek me verschrikkelijk. En die arme deelnemende koppels moesten dus nog eens ruim 24 uur doordansen. Terwijl er soms ook nog eens artiesten live voor ze kwamen zingen. Artiesten die een kwartier bleven en wel gewoon lekker ‘s avonds weer hun bedje in mochten stappen. Op de dansvloer werd stug door gedanst. Ik werd er ondertussen niet meer vrolijk van.

Het is een raar idee dat als ik straks ga slapen die mensen hun tweede slapeloze nacht indansen. Ik weet nog niet of ik ze moet aanmoedigen of voor gek verklaren. Er wordt gedanst voor een hoofdprijs van 100.000 euro, zo leerde een rondje Google mij. SBS6 doet moeite er een feestje van te maken. Voor mij lijkt het meer op een hels festijn. Het voelt een beetje als een soort swingende versie van Squid Game. Met als enige verschil dat de afvallers bij deze wedstrijd niet dood het strijdtoneel verlaten, maar met gescheurde pezen, enkelblessures of oververmoeidheid. Hoewel, in de film They shoot horses, don’t they? liep het voor sommige dansmarathon-deelnemer net zo af als de onfortuinlijke deelnemers van Squid Game. Vanavond voor het slapengaan dus voor de zekerheid toch maar even een schietgebedje doen voor alle dansende koppels.

 

10-10

Vanmorgen bracht ik Jongste en een paar van zijn vrienden naar Walibi. In een witte auto die achter ons aan reed, zaten nog een paar puberknullen. Met zijn zevenen gingen ze een lange dag naar een speciale dag in het pretpark (het is nu 22.15 uur en ze worden pas om 23 uur opgehaald). Fright night. Ze keken er al weken naar uit.

Nadat ik ze midden in Flevoland had afgezet, reed ik door naar mijn ouders. Ik bracht mijn moeder een herfstig bloemstuk, voor buiten op het balkon. Om haar een beetje op te vrolijken. Want vandaag is de sterfdag van haar moeder, mijn oma. Gelukkig geloven mamma en ik niet in zombies. Dus gaan we er maar van uit dat oma rustig naar het Licht is gegaan. Dat licht zag oma jaren voordat ze stierf al eens bij een bijna-dood-ervaring en had ze als prachtig ervaren. Dus dat troostte op het moment dat ze daadwerkelijk overleed, dat ze deze keer wel naar dat mooie licht had mogen gaan en niet meer terug hoefde naar een wereld zonder ouders, zussen en broer en vriendinnen. Wat niet wil zeggen dat ze niet gemist wordt door ons. En zeker door mijn moeder. Die sinds dit jaar ook nog eens haar beste vriendin moest verliezen aan het licht. Dat gaat je niet in je koude kleren zitten. En daar troost natuurlijk geen herfstbloemstuk tegenop, dat weet ik ook heus wel, maar veel meer dan soms wat afleiding bieden kun je niet doen hè.

Voor een 17-jarige is een avondje Fright Night vol zombies, bloed en doodsangsten juist een ideale afleiding van een leven vol toetsen en examenvoorbereiding. Zo is er toch een soort cirkel weer rond vandaag. Als hij straks om 24 uur thuiskomt is een dag vol denken aan de dood voorbij. Morgen is het weer gewoon maandag.

Lekker slapen

Nou, we bekeken de uitslagen van de Slaap-id (zie vorig blog). Lagen op meerdere matrassen en kozen er eentje uit. Klaar. En nu een week of zes wachten. Gelukkig hebben we ons oude bed nog niet weggegooid.

Zes weken klinkt best lang. Over zes weken is het al bijna zomer. Toch? De herfst van nu zal niet weken lang doorgaan nog? Zeg nee!

Niet dat ik per se op de zomer zit te wachten. Eigenlijk ben ik een fan van de lente. Maar dan wel eentje die niet op een herfst lijkt.  Nog even en ik krijg zin in een winterslaap. Met een beetje mazzel kan ik die winterslaap dan wel doen op een nieuw bed. Dat verzacht de pijn dan een beetje…

SlaapID

We slapen al 300 jaar op ons huidige bed. Okay, drie eeuwen is overdreven, maar toch zijn het bed en de matrassen wel van de vorige eeuw. Waarbij ik dan wel moet uitleggen dat ze de eerste jaren maar weinig zijn gebruikt, omdat ze in een chalet op een camping stonden, maar alsnog slapen we er wel al zo’n 16 jaar lang dagelijks (ehm… nachtelijks) op.  En eerlijk is eerlijk, dat is eigenlijk al een tijd niet meer zo’n goed idee. De boxspring en matrassen zijn echt aan vervanging toe.

Maar eerst moest onze slaapkamer (we slapen boven op zolder) geverfd worden, zowel de wanden, het plafond en kozijnen. En het raam aan de zijkant moest ook vervangen worden door een versie met dubbelglas. In de voorjaarsvakantie hebben Lief en Jongste de verfklus geklaard. En voordat Lief in het ziekenhuis terecht kwam met een plotselinge klaplong had hij het raam nog vervangen (deze twee zaken zijn verder niet gerelateerd).

Afijn, lang verhaal kort: we wilden eigenlijk graag van die elektrisch verstelbare bedden (lijkt ons zo fijn lezen in bed) en toen ik daar toevallig in een Whatsappgroep wat over zei, werkte het principe van The Secret en kregen we opeens een gratis bedombouw met twee elektrisch verstelbare lattenbodems aangeboden. We huurden een kar, kochten wat cadeaus voor de vorige bed-eigenaren, want gratis hoeft nou toch ook weer niet, en haalden ons nieuwe bed op. Nu alleen nog matrassen.

Dat is natuurlijk het understatement van het seizoen. “Nu alleen nog matrassen”. Het is een matrassenjungle out there. Zeker als je eens een keer echt goede matrassen wilt kopen (we zijn tenslotte geen frisse en fruitige twintigers meer die zelfs op een niet eens inflatable matje nog rustig een nachtje kunnen slapen zonder ook maar ergens last van te hebben en geen centje pijn enzo). Een centje pijn gaan de nieuwe matrassen wel kosten vermoed ik. Want in de matrassenjungle is het duur shoppen.

We besloten niet online te gaan winkelen, maar de lokale middenstand te verblijden met ons spaargeld. Daar wilden ze het graag hebben, maar niet voordat we echt goed duidelijk hadden gemaakt wat voor slapers we zijn. En dat hield meer in dan heel veel vragen beantwoorden (Buik/rug/zij? Lengte? Gewicht? Draaier? Snurker? Koude voeten? Zweten?). Ik wilde net ook maar mijn pincode en Netflix-wachtwoord doorgeven, toen de vragenlijst klaar was en er een apparaatje op tafel werd gelegd. Dat was geen e-dentifier om al internetbankierend mijn hele saldo over te maken naar de beddenspecialist. Nee, dit was een sensor. Daar moesten we mee naar bed. Pun intendend.  Allebei moesten we drie nachten gaan slapen met de sensor omgegespt. En dan konden we over een week weer langs komen bij de matrasadviseurs om verder te winkelen. Want dan wisten ze alles over onze slaapritmes en slaaphoudingen en slaapbewegingen en slaapklimaat. Nou ja, alles dus, behalve dan nog steeds niet mijn pincode.  Na drie nachten met de SlaapID-sensor heb ik dus niet alleen een gewone ID-kaart, maar ook een SlaapID.

Of, zoals ik online las:  “Objectieve en onafhankelijke informatie waarmee we je verder kunnen helpen in de zoektocht naar een betere slaapoplossing.” Aha, ik zoek dus niet een matras, ik zoek een slaapoplossing!

Afgelopen week sliep ik dus drie nachten met een elastieken band om mijn lijf, met daarin een kleine sensor die er opvallend simpel uitzag voor alles wat ie kan.

En Margje, hoe heb je geslapen tijdens je SlaapID nachten? Slecht! Geen idee of dat door die sensor kwam, door de stand van de maan, werkstress of omdat ik gewoon niet kan slapen als ik getest wordt (test-stress!) en het allemaal een mentale oorzaak had, maar ik denk dat ik een soort van gezakt ben voor mijn slaaptest. ik vermoed dat ze morgen bij de beddenspecialist allemaal verwonderd gaan zitten kijken naar mijn testresultaten. En dat er geen enkel matras te verzinnen is om mijn slaapissues op te lossen.

Het voordeel van vermoeid zijn door drie nachten slecht slapen door/met die SlaapID? Ik slaap straks waarschijnlijk op elk willekeurig matras als een roosje. Zonder SlaapIDsensor. Opeens snap ik het systeem en het plan van de matrassenverkoper stukken beter. Bij het testliggen morgen vind ik  met mijn duffe hoofd vast elk matras heeeeeeerlijk liggen.

 

#tobecontinued

Zomaar een zaterdag

Mijn Lief ligt nog te slapen. Ook Oudste en Jongste zijn nog niet beneden geweest. Het is stil in huis. Maar ik weet dat het vol leven is, met boven in elk bed iemand waar ik zielsveel van houd.

Ik heb wat moestuintjeplantjes verpot, thee gezet, het Volkskrantmagazine gelezen, de kat geaaid.

Het zou zo maar elke zaterdagochtend kunnen zijn van bijvoorbeeld drie jaar geleden.

Alsof Oudste niet het huis uit is gegaan vorig jaar augustus en studiefinanciering krijgt (“Het geld van Ome Duo is weer binnen mam!”) in plaats van zak- en kleedgeld.

Alsof Lief niet opeens in een ambulance lag afgelopen dinsdag omdat zijn linkerlong volledig ingeklapt was  (dat schijnt dus zomaar spontaan te kunnen gebeuren, vooral bij jonge lange slanke mannen, wat hij dan zelf wel een bevestiging vond van zijn best nog jong en slank zijn).

Alsof Jongste niet al bijna 17 is en gisteren een proefrijles had (“Ik mocht ook gewoon op de snelweg rijden!”).

Alsof ik niet vorig weekend mijn eerste vaccinatieprik kreeg.

Het zou zo maar een paar jaar geleden kunnen zijn. Zelfde mensen. Zelfde huis. Zelfde krant, zelfde tafel.

Maar er loopt een andere kat rond.  En woorden als lockdown, quarantaine, mondkapje, zoommeeting en anderhalvemetersamenleving zijn opeens net zo normaal als tuinpad, pindakaas en bibliotheek. Familieleden en vrienden al maanden niet gekust of omarmd, of soms gewoon niet eens in real life gezien. Zorgen om besmettingen, gesloten scholen, online colleges, verjaardagen en andere feesten die niet worden gevierd zoals we ooit bedacht hadden dat we ze zouden vieren, geplande reizen die nooit zijn gemaakt.

Het is 2021. En het is zoals het is. Niet het jaar waarop we gehoopt hadden. Maar boven slapen mijn liefsten. En straks zet ik een nieuwe pot thee, pel een sinaasappel uit de fruitmand die Lief kreeg thuisgestuurd van attente vrienden, knuffel de kat en geef mijn moestuinplantjes nog maar weer eens wat water. Dan is het bijna alsof er niets aan de hand is. Voor even gewoon domweg gelukkig in de Julianastraat. En het is niet eens een miezerige ochtend.

Landen op Mars

 

Mijn overgrootvader geloofde er niets van. Mensen op de maan? Wat een onzin. Dat er mensen op de maan zouden zijn geland en zelfs op de maan zouden hebben gelopen, dat was volgens hem niet waar. Nep. Mijn overgrootvader wist al van het bestaan van fake news toen de term fake nieuws nog niet eens was uitgevonden.

Mijn overgrootvader bleef het tot aan zijn dood volhouden: een echt ruimteschip en ruimtepakken waarmee astronauten naar de maan konden gaan en daar konden rondlopen, dat was ook niet uitgevonden. De beelden van de maanlanding en de astronauten op het maanoppervlak waren volgens hem allemaal gefilmd in een studio. Gewoon hier op aarde.

Ik moest er altijd een beetje om lachen. Maar sinds ik de opnames van de Perseverance Rover op Mars zag, snap ik hem wel een beetje. Die marslanding van nu is toch een beetje te vergelijken met de maanlanding van toen. Het is toch eigenlijk ook te absurd voor woorden. En bijna niet voor te stellen. Dat “we” helemaal naar Mars kunnen vliegen. En dat we dan ook nog eens video-opnamen kunnen zien die gemaakt zijn op Mars. Ik bedoel, midden op de Veluwe is er soms nog helemaal geen bereik met je mobiele telefoon, maar vanaf Mars worden gewoon filmpjes naar de aarde verzonden.

Het lijkt eigenlijk best op een woestijn, dat Mars-oppervlakte. De beelden zouden best op aarde kunnen zijn gefilmd. Of gewoon helemaal digitaal zijn gemaakt. Als zelfs deepfake-video’s bestaan, dan kun je ook wel een stukje Mars verzinnen op beeld.

Mars staat gemiddeld 225 miljoen kilometer bij de aarde vandaan. Okay, in het meest gunstige geval is Mars maar 60 miljoen kilometer bij ons vandaan (en in het slechtste geval 400 miljoen), dat is al stukken dichterbij. Maar dan nog. 60 miljoen kilometer. Het is een immens eind. Zelfs al zijn we er aan gewend dat je tegenwoordig (nou ja, pré-corona) de hele wereld over kunt vliegen en dat er hoge snelheidstreinen zijn.

Misschien was in 1969 de 400.000 kilometer naar de maan gevoelsmatig voor mijn overgrootvader wel hetzelfde als 60 miljoen kilometer naar Mars nu voor mij voelt. Dus met terugwerkende kracht; ik begrijp je overgrootopa. Het is ook gewoon amper voor te stellen. Dus dat je het niet voor kunt stellen, zo’n maanlanding, dat is eigenlijk best logisch.  Ik heb soms het gevoel dat ik nog niet eens op aarde ben geland. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

 

 

Chipstekort

Terwijl ik stond te koken, had ik de i-pad op de hoek van het aanrecht staan en luisterde ik via de NPO-app naar het zes-uur-journaal. Er was een chipstekort, hoorde ik.  Verbaasd keek ik op van de snijplank. Een chipstekort? Hoe dan? Laatst had ik nog een reportage gezien waarin werd verteld dat de boeren hun aardappeloogst niet kwijt konden omdat er te weinig patat/frites (lees maar het woord waar jij voor kiest!) werd gegeten nu alle restaurants en voetbalkantines al weken gesloten bleken door de Corona-maatregelen. En nu was er opeens een chipstekort???

Pas toen ik het bijbehorende plaatje ij beeld zag en verder luisterde naar het verhaal bleek maar weer eens waar mijn focus in het leven ligt. Het ging niet over paprika- of naturel chips, maar over computerchips. Daar is een tekort van. En doordat er te weinig computerchips zijn, door te grote vraag naar  electronica waarin die chips een centrale rol speelt, kunnen allerlei producten niet geleverd worden. Waarschijnlijk denken jullie bij een tekort aan chips wèl gelijk aan iets technologisch? Ik niet. Ik denk dus blijkbaar bij alles meteen aan eten. Je bent wat je denkt. Maar om het hipper te laten klinken, noem ik mezelf vanaf nu gewoon een foodie.

Ik stopte in plaats van een chipje maar een cherrytomaatje in mijn mond. En vroeg me af of een CV-ketel eigenlijk ook een computerchip nodig heeft. Want dan kon het nog wel eens lang gaan duren voordat onze haperende ketel vervangen ging worden. Gelukkig wordt het bijna lente, is de vrieskou voorbij en ligt er een zak paprikachips in de voorraadkast. Ons krijgen ze niet!!