time flies…

De tijd vliegt als je het leuk hebt.

En het was leuk. Maar niet allemaal. Een snufje griep gooide hier en daar wat roet in het eten. En dat, gecombineerd met drukdrukdruk, zorgde voor een paar dagen blogstilte.

Vandaag kunt u in ieder geval doorklikken naar HIER. Daar staat namelijk wel een hele blogtekst klaar.

Als u al langskomt om mijn blog te lezen vandaag, want waarschijnlijk zit u op een terras, of in de tuin, of op het balkon. Ergens in de zon. De zomer komt zowaar zomaar even langs deze dagen!

Dat leverde trouwens bij ons een lading wespen op. Die vliegen ook. Maar zijn verder niet per se nou meteen leuk… Continue reading “time flies…”

En door…

Ik houd

de ballen

hoog

en door

en door

en door maar weer.

Vandaag balanceert

tussen

gisteren en morgen

en vandaag

nog een keer.

Iets met rennen, vliegen, springen, duiken, bidden, werken, vechten, huilen en vallen

en oh ja

niet vergeten

te lachen en zingen

en bewonderen

en vooral weer op te staan

en door te gaan

en hoog te houden

al die ballen.

Niet alles in elkaar te laten donderen.

 

 

 

 

Kwijt

Terwijl wij slapen, ontbijten, werken, lunchen, whatsappen, boodschappen doen, koken, vrijen, lachen, lezen, tv-kijken, muziek luisteren, de kat aaien, Netflixen, koken en meer van die dagelijkse dingen is er iemand verdwenen. Kwijt uit de dagelijkse gang van zaken.

Geen idee wat er gebeurd is. Maar voor al haar vrienden, familie en collega’s is de dagelijksheid der dingen opeens aangevuld met een groot angstig gemis.

Waar is Anne Faber?

https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1669157/tijdlijn-wat-weten-we-over-de-vermissing-van-anne-faber.html

Continue reading “Kwijt”

Jodiumpillen

Wij wonen dus minder dan 100 km van een kerncentrale vandaan. Dat wist ik niet. Nou weet ik wel meer niet hoor, dus dat is niet geheel een verrassing. Maar dit weetje van de dag had ik eigenlijk niet aan zien komen. Kerncentrale? Hier in de buurt? Waar dan?

Het ding blijkt in Duitsland te staan. In Lingen. Vlakbij de grens en dus ook vlakbij mij. Want Nederland is zo groot breed niet, dus woon je al snel 100 km van de Duitse grens vandaan. En dat ik het ding niet ken, is ook best logisch, want Wikipedia leert me dat de centrale al sinds 1979 niet meer in bedrijf is. Maar dat blijkt dus niets te zeggen, hij staat er blijkbaar nog wel. En dat betekent dat hij kan ontploffen ofzo, of in de brand vliegen of door een aardbeving in tweeën breken denk ik. En dan kan er dus radioactieve straling in de lucht komen of gevaarlijk chemisch afval in mijn tuin neerdwarrelen als de wind verkeerd staat. Vermoed ik, want ik ben niet zo technisch ingesteld. Even googlen dan maar weer:

Het gaat om een landelijke actie waarbij de nationale voorraad jodiumpillen wordt verspreid. Jodiumtabletten bieden bescherming bij de uitstoot van radioactief jodium in geval van een kernongeluk of nucleaire aanslag. De pillen zijn daarmee een voorzorgsmaatregel. Ze zijn een aanvulling op andere mogelijke maatregelen zoals schuilen of evacueren als een kernongeval plaatsvindt.

Ah. Kijk. Zo zit het dus. Wel handig dat ze even aangeven dat je het waarschijnlijk bij een kernramp niet gaat redden met alleen maar wat pillen slikken. En ik ben ook al te oud om te redden trouwens. Die pillen zijn namelijk niet bedoeld voor vrouwen van boven de veertig die verder dan 2o kilometer bij een centrale vandaan wonen, maar voor kinderen tot 18 jaar:

Er zijn twee doelgroepen: inwoners tot en met 40 jaar die in een zone tot 20 kilometer van een reactor wonen en gezinnen met kinderen tot 18 jaar die tot 100 kilometer van de kerncentrale wonen. Hoe ouder iemand is, hoe kleiner de kans op schildklierkanker door blootstelling aan radioactief jodium. Vandaar dat de minister het niet nodig vindt om 40-plussers de jodiumpil toe te sturen. Kinderen daarentegen zijn het meest kwetsbaar en daarom geldt voor hen een zone tot 100 kilometer. 

Het leest als een spannende thriler, maar het is natuurlijk helemaal geen spannend boek, het is gewoon een eng verhaal dat werkelijkheid kan worden.

Gelukkig proberen ze dat gevoel meteen in de kiem te smoren; de dreiging blijkt niet opeens veel hoger te zijn:

De verspreiding van de jodiumpillen betekent overigens niet dat er meer risico is op een kernongeval. Met de actie worden de Nederlandse richtlijnen gelijkgeschakeld met die in Duitsland en België. Tot nu toe lag de grens voor jodiumdistributie in ons land op  20 kilometer van een reactor. Voor kinderen tot 18 jaar is dat nu opgetrokken naar 100 kilometer. 

Sinds 1987 heeft de Nederlandse overheid al een landelijke voorraad met jodiumtabletten, die liggen voor een groot deel centraal opgeslagen. Met het beschikbaar stellen van de jodiumtabletten onder de risicogroepen volgt Nederland de richtlijnen van het Internationaal Atoom en Energie Agentschap. Het advies is om de distributie van jodiumtabletten voor te bereiden in een straal tot 100 kilometer van een kernreactor. Hoe, dat staat ieder land vrij. 

We krijgen die pillen dus omdat er Europese richtlijnen zijn en omdat iedereen in de zones in België en Duitsland die pillen al lang in huis hebben.

Gelukkig is er ook een uitgebreide website ontdekt ik. De URL Waaromkrijgikjodiumtabletten.nl bleek nog vrij en daar kunnen we alle informatie vinden.

Continue reading “Jodiumpillen”

Gemist

 

Onder mijn paraplu is het droog. De brunch met een vriendin was gezellig en lekker. Mijn kapotte mobiel kon worden gemaakt door de man van de reparatieshop waar ik het ding (enigszins wanhopig, want hoe kwam ik de dag door zonder dat ding als ik niemand kon bereiken en niet eens op kon zoeken waar ik moest zijn?!) had achtergelaten voordat ik ging brunchen, de knappe man die me tegemoet kwam net glimlachte naar me, ik heb mijn favoriete groene tas bij me, heb mijn oude laarzen die zo lekker zitten aan en ik merk dat ik met een soort huppeltje richting het station loop.

Buiten is het herfst. Binnen in mij wordt de ontbrekende herfstdepressie niet gemist.

 

Genoeg

Er waren allemaal modeshows in de stad. Want het was fashionweekend. Ik ben zelf niet zo fashionable, maar vond het wel fijn voor de organisatie dat het zonnetje scheen. Ons centrum lijkt er namelijk patent op te hebben altijd activiteiten te organiseren op dagen dat het alleen maar regent. Ik heb al heel wat markten en andere buitenactiviteiten letterlijk zien verzuipen. Twee jaar geleden, of was het nog maar een jaar geleden (ik ben steeds slechter in het duiden van tijd) moeten de modellen (allemaal stadsgenoten) bijna allemaal een longontsteking hebben opgelopen doordat ze in de kou en de regen blijmoedig over straat de nieuwste mode moesten showen.

Maar vandaag was het heerlijk weer. Dus wandelde ik door de winkelstraat naar de supermarkt aan de andere kant van het centrum omdat ik brood moest kopen en avondeten. Ik liep ook wat winkels in. Maar ik kocht niets. Ik ontdekte dat ik niets wilde. Ik heb genoeg spullen bedacht ik me steeds als ik iets zag wat ik op zich best nog wel leuk zou kunnen vinden. Er hoeft niets meer bij. Zelfs de bakker en notenbar trokken me niet vandaag. Ik had geen trek, was verzadigd. Het was een gek gevoel. Ik wilde helemaal niets. Bekeek al het winkelaanbod om me heen opeens met een andere blik. Als overdaad, overbodig, te veel van hetzelfde en nergens voor nodig. In ieder geval voor mij. Ik was er klaar mee. Al die commercie, al die zooi, alle grondstoffen die daarmee gemoeid gingen. Wat een onzin eigenlijk allemaal.

De mobiele DJ liet harde muziek door de winkelstraat bonken, over de rode loper die op straat was uitgerold liepen lachende vrouwen en meidjes (blijkbaar is mode hier geen zaak voor mannen, of waren de kleren gewoon allemaal genderneutraal en dus ook voor mannen bedoeld) en ik hoefde en wilde dus helemaal niets. Nou ja, ho, wacht, ik kocht wel twee boeken uit de aanbiedingsbak van de boekwinkel. Je moet dat nietsisme natuurlijk ook niet meteen helemaal overdrijven. Sorry bomen…

Tellen

Je kunt het dwangmatig noemen, maar ik heb er zelf geen last van, dus echt heel erg is nou ook weer niet dat ik altijd alle traptreden tel die ik op- of afloop.

Soms vergeet ik gewoon dat niet iedereen dat doet.

Laatst op een feestje vroeg ik of anderen ook precies wisten hoeveel traptreden hun eigen trappen in huis of de trappen op hun werkplek hebben. Iedereen keek me een beetje glazig aan. Echt niemand wist het. Geen idee hadden ze hoeveel treden de trappen die ze bijna dagelijks oplopen hebben. Nee, verzekerden ze me, ook van de trappen van hun eigen huis wisten ze het echt niet. Twintig? Achttien? Ze gokten maar wat. Ik vond geen gelijkgetelde zielen die middag, ik was een eenzame ttt’er (traptredenteller). Ik vertelde dus ook maar niet dat ik mezelf ook regelmatig betrap op het tellen van de stappen die ik zet, of het aantal keren dat ik mijn fietspedaal naar beneden doe. Ze zouden nog eens kunnen denken dat ik niet spoor (vrees dat dat ze dat sowieso toch al doen).

Continue reading “Tellen”

Vijftien jaar

 

Ik verhuisde twee keer sinds 15 september 2002. Eerst twee straten verderop, later een paar provincies verderop.

Sinds die tijd had ik (ehm, dit wordt even tellen…) 1 (medewerker communicatie bij een milieuadviesburau), 2 (Begeleider Emmaus), 3 (coördinator noodhulp en opvanghuis asielzoekers), 4 (Gezinscoach), 5 (centraliste taxicentrale), 6 (huidige baan)… Okay, ik had zes banen dus in die vijftien jaar. Waarvan die laatste baan al weer tien jaar, dus vooral die eerste vijf jaar waren nogal hectisch (en die baan bij het Emmaus had ik meestal naast een andere baan).

Sinds september 2015 moest ik afscheid nemen van twee oma’s, een tante en twee ooms, een collega en twee (ex-)huisgenoten (en huilde ik mee met vriend(inn)en die hun partner, moeders of vaders moesten laten gaan).

In die vijftien jaar leerde ik veel nieuwe vrienden en vriendinnen kennen (zo fijn!), maar werden er helaas ook vriendschappen beschadigd of beeindigd (echt niet leuk…).

Ik kampeerde in die jaren op meerdere waddeneilanden, logeerde in een tipi op een eilandje in het Veluwemeer en in een strandhuisje pal op het strand, reisde naar Marokko, Hongarije, Griekenland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland en door de BeNeLux.

Ergens in die vijftien jaar kocht ik mijn eerste huis (en daar woon ik nu nog steeds), werd ik lid van een leuke theatergroep, schreef ik columns voor de gratis krant DAG, ging ik bloggen voor Vrouw.nl, Cultilicious, Vrouwonline en later voor Libelle en werd ik theaterblogger voor theater De Meenthe, maakte ik me zorgen om mijn moeder die ziek werd en later om mijn vader (en ben ik dankbaar dat het met hen beiden nu weer goed gaat), ging ik in therapie, ging er een poezebeest dood en kregen we twee nieuwe poezenhuisgenootjes (waarvan er helaas nu nog maar eentje leeft), verbouwden we dat huis, begon ik met Twitter en Instagram, werd ik collectecoördinator voor Alzheimer.nl, ontmoette ik bloglezers en werd ik daarnaast als blogger herkend op de meest gekke plekken (bij een uitvaart en in een sauna bijvoorbeeld), mocht ik op pers- en blogreizen en mocht ik leuke producten weggeven via winacties, werd ik veertig en vierde dat met veertig leuke vrouwen, treinde ik heel Nederland door tijdens mijn #treinleven, las ik honderden boeken, bezocht ik een paar honderd theatervoorstellingen, keek ik tientallen tv-series, zag vriendinnen verliefd worden (of juist relaties stranden), kreeg ik mijn eerste grijze haren en kocht ik mijn eerste leesbril, versleet ik meerdere mobiele telefoons en laptops en ook een paar fietsen en leefde ik duizenden dagen mijn dagelijkse leven.

Maar op 15 september 2002 was ik één ding nog niet, iets wat ik op 16 september 2002 wel zou worden. Vijftien jaar geleden kende ik haar nog niet, wist ik nog niet eens dat het een Zij was. Had ik nog geen idee dat ze er een dag later al zou zijn.

Morgen wordt ze vijftien. En al die andere dingen vallen eigenlijk in het niet bij het feit dat ik op 16 september 2002 moeder werd van het leukste en liefste meisje van de hele wereld. Vijftien jaar geleden was ik vandaag nog geen moeder, en morgen wel. Een wereld van verschil.  Continue reading “Vijftien jaar”

Het lege nest syndroom

Op de een of andere manier maakte de camperreis (deel 2 van die reis hebben jullie eigenlijk nog tegoed, maar dat ging wat mis doordat ik opeens meerdere dagen niet online kon) van alles los. Qua gespreksonderwerpen bedoel ik.

Zo vroegen de kinderen ons bijvoorbeeld waar wij later, als zij het huis uit zouden zijn (en, oeps, dat komt schrikbarend snel dichtbij opeens, zou zomaar eens al over vijf jaar kunnen zijn!), nou ja, waar wij dan zouden gaan wonen.

Ehm. Say what? Hoezo?

Nou, was hun antwoord, dit huis zou dan toch veel te groot zijn voor ons beiden?

Lief en ik keken elkaar aan en lagen daarna ongeveer een half uur in een deuk.

Nee, dat is gelogen. En dat kan mijn rug ook niet eens aan (ik moet ècht eens op yoga ofzo!). Maar lachen moesten we wel.

Ons huis te groot voor ons tweetjes.

Grinnik.

Kom gerust eens kijken zou ik zeggen, bij dat grote huis van ons. En verbaas je erover dat onze kinderen deze jaren dertig woning te groot vinden voor twee personen. Ze zouden makelaar moeten worden, bedenk ik opeens. Want je kunt veel zeggen over ons huis, maar groot is niet meteen iets wat in je op zal komen. Echt, we wonen hier heerlijk, en bij de buren verderop wonen ze in een zelfde soort woning met z’n vijfjes, dus echt alles is mogelijk, maar groot? Neuj.

Wat heerlijk, bespraken Lief en ik later, dat onze kinderen ervaren dat ze de ruimte hebben. Die verbouwing heeft dus zeker effect gehad (toegegeven, ons huisje is daardoor ook echt wel wat ruimer geworden dan het eerst was). Maar als er niets geks gebeurd in ons leven, blijven we hier lekker samen wonen als de kinderen op kamers gaan en/of de rest van de wereld gaan ontdekken.

Feitelijk gezien is dit huis namelijk echt niet te ruim voor twee personen. Maar ik vrees met grote vreze dat het wel een tijd lang zal voelen als een veel te groot leeg nest.

Continue reading “Het lege nest syndroom”

Vol

Eerst was ik dagen offline terwijl we door Frankrijk en Zwitserland en Duitsland camperden.
En toen ik wel weer online was, waren mijn hoofd, agenda en leven zo vol dat er even niets te bloggen viel.
Vol.
Volledig Offline Leven.
Veelal Online Leven.
Soms is VOL gewoon te veel.

Mijn hoofd vol blogteksten, die er niet uit kwamen.
Maar de komende dagen kom ik langzaamaan weer terug.
Want zonder bloggen is mijn leven net wat te leeg 😉