2 april

Opeens werd het donker en hoorde ik de wind hard waaien.
Voor ik het wist stond ik in de tuin. Zo kon ik de wolken beter zien, de wind beter voelen.
De eerste regendruppels begonnen te vallen. Groot. Koud. Hard.
Ik bleef staan. Tot de dreiging te groot werd.
Binnen was het veilig.
Ook deze storm zou wel weer overwaaien.

20190402_195240

1 april

Het is al na twaalven. Dus eigenlijk is het al 2 april. Maar als je de zomertijd nou even vergeet, is het pas over een kwartier middernacht en klopt de titel van deze blogpost wel.

Ik zit te wachten. Tot het drie uur in de nacht is. Dan gaan we naar het station. Waar de andere ouders en kinderen ook zullen zijn. Uiterlijk kwart over drie moet iedereen aanwezig zijn. Dan worden de koppen geteld en kan iedereen de bus in. Om half vier rijdt die bus vol pubers en hun drie begeleiders weg. En terwijl zij naar Schiphol gaan, om hun vlucht te halen, duiken alle ouders hun bed in voor nog een paar uurtjes slaap voordat 2 april echt begint.

Leuk hoor, zo’n Romereis. Maar waarom moet die nou beginnen op anderhalf april?? Echt niet grappig dit!

In de collegebanken

Er valt over veel meer te bloggen dan over gisteren. Mijn hoofd was wat te vol om hier te komen schrijven. Dus was het wat stil op margje.nu

Maar laten we dan maar gewoon met gisteren beginnen. De wekker ging om kwart over zes
.Dat zou dus in de zomertijd van vandaag kwart over vijf zijn geweest. Maar gisteren was het nog winter. En kwart over zes is voor een zaterdag sowieso best vroeg. We moesten echter om negen uur in Nijmegen zijn. En Nijmegen is niet om de hoek.

Een beetje gaperig keek ik om me heen. Allemaal ouders, pubers, jongeren. Daar zat ik dan. Op de vroege zaterdagochtend, in de collegebanken. Naast mijn dochter. Bij de open dag van de Radboud Universiteit. Ze wilde graag naar de studies Geschiedenis, Filosofie en Sociologie. Soms keek ik even verwonderd en ontroerd opzij. Over een jaar moet ze zich ergens inschrijven. Het gaat opeens zo snel. Soms lijkt het er op dat we met die zomertijd niet een uur vooruit gaan, maar dat we plots een jaar verder in de tijd zijn.

We luisteren en kijken naar de presentaties van de drie studies. Worden op de infomarkt enthousiast belaagd door de diverse studentenverenigingen. Eten een broodje in het zonnetje terwijl we bijkletsen met de buurvriendin en dochter (BFF van de mijne) die ons een lift naar Nijmegen gaven. Oudste en haar vriendin weten allebei nog niet wat ze willen gaan studeren. En hoewel het steeds dichterbij lijkt te komen, is het tegelijkertijd ook nog heel ver weg. Want eerst moeten ze nog overgaan naar de zesde, is er nog een lange zomervakantie en is er over meer dan een jaar nog een eindexamen. We lopen over de campus, checken de nieuwe kantine die een heuse foodcourt blijkt te zijn en nemen nog wat flyers aan.

Oudste loopt haar nieuwe wandelschoenen in. Die heeft ze gekregen voor volgende week. Voor de Rome-reis. Een studie kiezen komt later wel. Eerst reist ze met haar klas af naar Rome. Ze kijken er al jaren naar uit. Maandag op dinsdag vertrekken ze. Om kwart over drie ‘s nachts. Maar dat is dus eigenlijk om kwart over twee. Valt het bijna mee.

Kunnen wij thuis een weekje wennen aan hoe het zal zijn als zij niet meer thuis woont, maar op kamers. Ik denk dat wennen aan de zomertijd stukken makkelijker is…

Te groot

Het lege bed
is te groot voor mij alleen.
Mijn lijf, veelal te vol en breed,
voelt kleiner dan voorheen
en vult
zo lijkt het
slechts een randje
van het bed.

Onder een deken van wit
versgewassen beddengoed
weet ik in mijn eentje niet meer
hoe slapen ook alweer moet.

Zondagsschool

Als je bent ingeschreven bij de kerk, dan ben je in principe lid voor het leven. Als je verhuist naar een andere gemeente, dan wordt dat doorgegeven en ontvang je op je nieuwe adres welkomstpost van het kerkelijk genootschap van je nieuwe woonplek.

De grote mensen gingen naar de kerk, de kinderen naar de zondagsschool. Eigenlijk een soort crèche voor kinderen tot 12 jaar. Zodat ze de kerkdienst niet verstoorden misschien. Of omdat het in de kerk een stuk saaier was voor kinderen dan op de zondagsschool. Want in plaats van de preek werden er verhalen voorgelezen, er waren kleurplaten, we mochten knutselen (rondom bijbelse thema’s natuurlijk, dat wel, maar dat waren er best veel) en we zongen leukere liedjes dan de grote mensen. Met Kerst en Pasen en andere speciale diensten zaten we wel, net als de grote mensen, in de kerk. Dan waren de diensten ook een beetje aangepast, maar de meeste zondagochtenden zaten we in een bijgebouwtje van de kerk. We hadden een eigen liedjesboekje. Mijn favoriet was nummer 99, die van een lammetje dat ging dwalen. Ik ken de tekst nog steeds uit mijn hoofd. Een lammetje ging dwalen, ver weg en heel alleen. Verliet de goede herder en liep steeds verder heen…

Ik was gedoopt toen ik een baby was. Zo gaat dat doorgaans in de Nederlands Hervormde kerk. Als je ouders er bij horen, dan jij als kind ook. Je wordt een soort van automatisch ingeschreven dan. En om dat te bevestigen voor God en de gemeente word je gedoopt. Dat is een feestelijke gebeurtenis.

Uitschrijven bij de kerk bleek een stuk zakelijker. Een mailtje was genoeg. Een week of drie later kreeg ik de bevestigingsbrief. Met ook een link waar ik naar toe kon gaan als het een vergissing bleek te zijn, dan was ik zo weer ingeschreven en hoorde ik er weer bij.

Het voelde toch een beetje gek. Maar minder gek dan door het jaar heen het kerkblad en de brieven met donatieverzoeken te ontvangen en dan elke keer weer te denken dat ik dan wel ingeschreven stond bij de kerk, maar er nooit kwam. Prima als mensen wel geloven in een God, en ik zie ook heus wel dat er veel goeds wordt gedaan hier in mijn stadje door zijn onderdanen. Mijn ding is het echter niet. Dat moest ik dan eindelijk ook maar eens officieel maken.

Daar stond het dan zwart op wit. Dat ik er niet meer bij hoorde. Misschien ben ik in hun ogen wel dat lammetje uit mijn lievelingsliedje van vroeger, bedacht ik gisteravond. Of wacht, ik ben geen kind meer. Ik ben dus nu een groot dik dwalend schaap. Toch voel ik me niet alleen. De wereld zit vol kuddes waar ik bij hoor. Zonder herder misschien, maar ach, dat noemen we dan gewoon wildlife. Met uitslapen op zondag.

Voor altijd op Facebook

Als ik het mailbericht zie, schrik ik even.
Doorgaans is het stiekem best handig dat Facebook je een berichtje stuurt wanneer iemand jarig is. Want, eerlijk is eerlijk, ik vergeet ook wel eens een verjaardag. Maar deze jarige leeft niet meer. Eind vorig jaar is hij overleden, nadat hij lang ziek is geweest en zijn familie steeds meer afscheid moest nemen van wie hij ooit was en van het idee van een toekomst samen met hem. Heel verdrietig, want hij was nog jong, vader van twee pubers. Mijn leeftijd. En hoewel ik hem niet heel goed kende, maakte het toch indruk. Het was raar om hem al een jaar niet meer te kunnen zien en spreken bij de evenementen waar hij eigenlijk gewoon bij hoorde te zijn en ik vond het heftig om te horen dat hij was overleden.

En nu, een paar maanden later, opeens een mailtje van Facebook. Met de tip om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Au. Dit is wel heel pijnlijk.

Het wordt nog gekker als ik later op Facebook zie dat er daadwerkelijk heel wat felicitaties op zijn tijdlijn staan. Mensen die hem vrolijk een heel fijne verjaardag wensen. Die blijkbaar niet weten dat hij dood is. Die schrijven “Gefeliciteerd en maak er een mooie dag van!”, of “Maak er een topdag van!”. Ik kan het niet laten en scroll door de berichten. Zie ballonnen. Lees dat iemand hem een mooi nieuw levensjaar wenst. Tussen de alledaagse en doorgaans (maar nu dus niet!) heel gewone felicitaties door, staan berichtjes waarin de familie sterkte wordt gewenst, of waarin kusjes naar de wolken worden gezonden. Maar de reguliere felicitaties overheersen.

Ik klik de pagina weg en bedenk dat je online nog tijden door kunt leven, terwijl offline je geliefden, familie en vrienden al lang afscheid van je hebben genomen.
Het geeft natuurlijk iets van de vluchtigheid van een platform als Facebook weer. Als je ook bevriend bent met mensen die niet in je adressenboekje staan (en dus geen condoleancekaart krijgen bijvoorbeeld), dan kan zoiets als dit dus gebeuren; dat je online vrienden niet weten dat je er eigenlijk niet meer bent. Niet eens weten misschien dat je al lang geleden ziek bent geworden.

Voor mij voelt het al best gek. Ik kan me amper voorstellen hoe het dan voor zijn familie moet zijn. Al die blije vrolijke berichten.
Maar misschien maak ik het zwaarder dan het al is.
Is het eigenlijk wel mooi dat hij zo nog meer bestaat dan alleen in herinneringen.
Ergens online is er nog een wereld waarin hij gewoon nog leeft, en in gedachten van anderen gewoon een taartje zat te eten op zijn verjaardag. Want zij weten het nog niet, die anderen. Dat hij er niet meer is. In hun wereld is hij er gewoon nog. Eigenlijk leven zij in een betere wereld. Eentje waarin hij niet dood is.