Een nieuw normaal

De kat dood.

Mijn moeder in een ambulance naar het ziekenhuis vanwege hartklachten (ondertussen weer thuis en ze maakt het goed gelukkig).

Mijn zoon onderweg naar station gevallen met zijn skateboard (kin gehecht en een scheurtje in zijn kaakkopje waardoor hij zes weken alleen maar vloeibaar mag eten).

Afgelopen donderdag vertelde ik op Twitter dat ik maart tot nu toe nog niet echt leuker vond dan februari. En toen moesten alle Corona-maatregelen nog komen.

Ondertussen leven we in een andere wereld. Eentje met lockdowns en social distancing. Eentje waarin mijn Oudste zich niet langer zorgen maakt of ze haar eindexamens gaat halen, maar of ze überhaupt wel door gaan dit jaar. Eentje waarin ik het opeens een beetje eng vind dat we woensdag naar het ziekenhuis moeten voor controle van de kin van Jongste. Want ziekenhuizen zijn opeens een potentiële bron van besmetting in plaats van genezing geworden. Eentje waarin ik niet naar mijn ouders kan om ze te knuffelen en te zeggen dat het allemaal heus wel goed komt. Eentje waarin, hoe het ook verder gaat, wat er ook gaat gebeuren, 2020 altijd het jaar van Corona zal zijn. Tot nu toe is 2020 niet echt een heel fijn jaar. Terwijl wij zo klaar waren voor een feestelijk jaar; 21 maart zijn we 25 jaar getrouwd. 9 april word ik vijftig. Meer dan ooit tevoren zoeken we naar de lichtpuntjes. Dat leuke pakketje van Dwarsligger bij de post, de lieve berichtjes op Whatsapp, vrienden die Jongste pakken chocolademelk of een bakje tompoucevla komen brengen, tweepcare op Twitter. En, niet te vergeten, een huis, een volle voorraadkast (heb ik sowieso altijd al, niet per se alleen nu), werkend internet, elkaar.

Vanochtend stond ik op en wist ik niet of ik een potje moest huilen en teruggaan naar bed, of maar gewoon thee te zetten, mijn schouders er onder te zetten en te bedenken dat ook dit zal wennen en/of voorbij zal gaan.

Toch maar aangekleed en door gegaan. Dit is vanaf nu onze nieuw normaal. Laten we dan samen maar zorgen voor een goed verhaal.  Liefst met een ouderwets happy end.

En ze leefden nog lang en gelukkig.

Maart en staart enzo

Ik dacht, ik ga weer eens veel bloggen. En ik begin op 1 maart. Zo’n maand met de lente in zicht. Tijd voor nieuwe dingen, leuke zaken, zonnige verhalen enzo. Een beetje tegenwicht bieden tegen de coronastress en vieren dat februari voorbij is. Zoiets.

Maar nu blijkt de kat doodziek. De dierenarts (tegelijkertijd ook de lieve buurvriend van op de hoek) is net weg. Hij kon er geen mooi verhaal van maken. En ik dus nu ook even niet.

Life is what happens to you while you’re busy making other plans. Plannen zat. Maar nu gaan die even de koelkast in en maken we kruiken voor de kat. Het arme beestje.

 

 

Update maandagavond 2 maart:

Rond een uur of tien vanavond is Tijger overleden. Op de bank, tussen Oudste en mij in. Hij is in slaap gevallen terwijl wij hem aaiden en we hebben niet doorgehad dat ie dood ging. Dus het is rustig gegaan. We gaan hem missen. 😢

Fijne traditie

Ergens eind 2016 bedacht ik dat ik wel een weekje naar de zon zou willen ergens in het voorjaar. Om de winterdip een beetje tegen te gaan. Een week uitslapen, lezen, wandelen, luieren en meer van dat soort relaxte zaken. Samen met Lief weggaan was niet echt een optie, te kostbaar en we konden de kinderen ook niet een week alleen laten. Ik zou wel alleen weg kunnen gaan. Lief vond het prima, hij ging tenslotte elk jaar een weekje skiën met vrienden. Maar ik wilde eigenlijk  niet alleen, zo ongezellig. Met wie zou ik kunnen gaan? Ehm…. geen idee, zover was ik toen nog niet met mijn plannen. Je kunt niet zomaar met iedereen op vakantie. Een eerdere vakantie met een vriendin had me al eens een vriendschap gekost (die is trouwens sinds kort gelukkig weer hersteld!!), en wie zou er nou net als ik zomaar een weekje weg kunnen èn ook nog eens akkoord gaan met een vakantie waar lezen het zou winnen van culturele uitstapjes en waar wandelen of zwemmen het meest sportieve zou zijn wat er die week zou gebeuren? Ik zou alleen kunnen gaan, maar dat was niet per se de bedoeling. Opeens wist ik wie ik mee zou kunnen vragen: mijn moeder!

Drie jaar geleden, in 2017, gingen mijn moeder en ik dus voor het eerst samen een weekje op winterdipvakantie. Lekker naar Rhodos. Het beviel goed. Natuurlijk bezochten we wel een museum tussen het slapen en lezen door, en deden we een bus-excursie over het halve eiland om toch nog iets meer te zien dan alles wat op wandelafstand was. “Zullen we volgend jaar weer samen een weekje op stap?” vroeg ik mijn moeder. Die vond dat een goed idee. Dus in 2018 togen we samen naar Tenerife. Net als het jaar daarvoor wandelden we weer hele einden en boekten we weer een cliché bus-excursie van een dag, want stiekem vinden we dat gewoon heel leuk. Een nieuwe traditie was geboren. Met elk jaar een weekje samen weg, en voorpret die al ergens in november begon, bij het zoeken en boeken. Elke maand spaar ik een bedrag om deze luxe te kunnen realiseren.

Maar bij het zoeken van een vakantie voor 2019 kreeg ik last van vliegschaamte. Dus bedachten we een regel; we zouden niet elk jaar naar de zon vliegen, maar slechts om de twee jaar. In het jaar tussen de buitenlandreizen in zouden we in Nederland blijven (of met de trein ergens naar toe reizen). Vorig jaar februari boekte ik dus een hotel op de Veluwe en fietsten we door de bossen, gingen twee keer naar de bios en deden we een dagje winkelen. Ook heel relaxt en gezellig. Maar iets meer zon zou winterdiptechnisch wel fijn zijn.

Dit jaar reizen we naar Lanzerote. Over drie weken wandelen we daar over het strand, lezen we boeken in bed, spelen we potjes Scrabble, gaan we mensen zitten kijken op een terrasje en zwemmen we in het zwembad. En natuurlijk boeken we ook weer een dagje een bus-excursie met een bus vol toeristen. Ik kijk er al maanden naar uit. Met een beetje mazzel wordt mijn moeder gezond en wel honderd, en ik ook, kunnen we nog jarenlang samen op pad. Als twee oude bejaarde besjes. Samen voorin de excursiebus.

Geen maandag of dinsdag

Hoeveel mensen zouden net als Jongste en ik vandaag in de war zijn geweest? Dat ze net als hij en ik het gevoel hadden dat het vandaag dinsdag of maandag was? Door al die vrije feestdagen zo midden in de week raak je je ritme of de kluts best snel kwijt.

Jongste vond dat eigenlijk elk nieuwjaar op een maandag zou moeten beginnen. Onafhankelijk van op welke dag Oudjaarsdag dan ook zou vallen. Gewoon heel simpel: 1 januari is altijd een maandag. Het klinkt wel lekker duidelijk en overzichtelijk.

Zelf denk ik dat het wel de hele maand januari zal duren voordat ik überhaupt besef dat het 2020 is. En aan het eind van de maand ga ik een weekje met mijn moeder op vakantie. Moet ik in februari weer helemaal opnieuw beginnen met in een ritme komen!!

Oorlel

Ergens tussen de verschrikkelijke hoestbuien

gekneusde ribben

zakdoekjes vol slijm

en doorwaakte nachten door

las ik afgelopen week iets over een oorlelverjonging.

Ik had daarvoor nooit nagedacht over het feit dat ook mijn oorlellen ouder worden. Laat staan dat er een optie is om ze jonger te laten opereren. Een facelift, pardon, earloblift dus. Het bestaat.  Ik verzin dit niet.

Dus toen ik net na een warme douche (want ik had het zo koud, zo koud) me afdroogde en in de spiegel naar mijn duffe vermoeide (maar ondertussen wel lekker warme) gezicht keek, checkte ik ook mijn oorlellen maar eens.

Mijn oorlellen hingen er rond, vol en lobbig bij (mijn oorlellen zijn eigenlijk een beetje zoals mijzelf, zo dacht ik). Aan niks viel te zien dat ze al negenveertig jaar lel hingen te zijn. Ik heb ook geen idee hoe oude lellen er dan bij hangen, en wanneer en hoe je ze zou willen verjongen.

Op dit moment wil ik helemaal niet per se jonger zijn. Ik ben al blij als ik morgen wakker word en niet klink als een blaffende zeehond met een longontsteking. Maar toch fijn dat mijn oorlellen gewoon helemaal okay zijn. Dat dan weer wel.

Hoi Sint

Hallo Sint het is eigenlijk al zaterdag nu, dus u bent vast al heel dichtbij. Zit er in de grote pakjesboot ook een cadeautje voor mij? Want ik ben dan wel al bijna vijftig jaar, het liefst zet ik morgen gewoon ook een schoentje klaar. Want Sinterklaas dat voel nog steeds als feest, omdat het sinds mijn kindertijd altijd zo is geweest.

Ik vind al dat Pietendisccusie ellende best een gedoe, en word van al dat gezeik van de laatste jaren best een beetje boel moe.

Het feest draait toch niet alleen om de Piet zijn kleur, dus dat ie per se zwart moet blijven vind ik wat gezeur. Al is die Piet blauw, rood, paars, groen of wit, het gaat een kind toch om de betovering en wat er in zijn of haar schoentje zit?

En voor mij zit de lol in de surprises en gedichten, of in kleine verassingen voor iemand regelen en alle vrolijke gezichten. Van samenzijn en samen lol, van elkaar voor de gek houden, niets is te dol. Elkaar een beetje pesten met een gedicht vol geouwehoer en grappen, of ‘s ochtends een klein cadeautje vinden als je je laars in wilt stappen.

En als we met die zwarte Piet de kans op racisme lopen, dan gaan we toch gewoon rode, gele of groene schmink kopen? Want serieus, ik snap het niet, hoe kun je nou last hebben van een roetveegPiet? Waarom vast houden van hoe iets ooit was, want alles verandert, dat tekent de vooruitgang toch pas? We leren als mensheid, we evolueren, daarbij hoort ook verandering mensen, dat moeten we leren.

Ik wil blijven geloven in het leuke en het bijzondere en fijne van het Sinterklaasverhaal. Wie weet, is over een paar jaar elke roetveegPiet of regenboogPiet gewoon normaal.

 

Nieuw

Ik heb ruim anderhalf uur over op een volle dag. Het is vijf uur geweest en mijn trein vertrekt om zeven uur. Eerder weg gaan kan niet, want ik moet mijn fiets meenemen in de trein en dat mag niet in de spits.

Ik loop de stad in. De lichtjes tegemoet. Ooit woonde ik hier, waren deze straten mijn straten, die kroeg mijn kroeg, die kerktoren mijn uitzicht. Maar het is al twaalf jaar geleden dat we Den Haag verruilden voor de Kop van Overijssel. De stad is mijn stad al lang niet meer, ook al ben ik er nog regelmatig te vinden. Er kwamen nieuwe gebouwen bij, cafeeetjes kregen een andere naam, winkels waar ik nog nooit van gehoord had openden plots hun deuren (en verdwenen soms net zo snel weer).

Het regent. En het is november. Misschien is dat het. Dat ik opeens met tranen in mijn ogen loop bij het zien van alles wat nog wel het zelfde is gebleven. Herinneringen aan een tijd lang geleden. Eerst zonder en toen met kleine kinderen. Weemoed overvalt me. Wat waren we jong nog toen. Waarom kan niet alles blijven zoals het was?

Dan loop ik opeens langs een Waroeng. Echt Indonesisch Padang food lees ik. Mijn lievelingseten sinds ik eens een half jaar door Indonesië reisde.  Ik loop door, maar dan bedenk ik me en draai ik me om. Niet veel later zit ik achter een bordje weemoedeten helemaal gelukkig te zijn in de Scholestraat. Soms toch best fijn hoor, dat dingen veranderen. Anders was dit restaurantje er nu niet geweest!

20191112_173814

Na regen

Na regen komt zonneschijn. Zo ook vandaag. Gisteren regende het de hele dag en kleurde de lucht grauw en grijs. Vandaag ontwaakten we met zon en een strakblauwe lucht. Lief en ik hebben, zoals bijnabejaarden betaamt op zondag, net een eind gefietst. Lekker door de wei- en ommelanden met uitzicht op de bomen in herfstkleuren.

Voor regen heb je ook vaak zonneschijn trouwens. Vrijdag was het namelijk ook een schitterende dag. Die middag werd ik door vriendin E. getrakteerd op een high tea (nog tegoed voor mijn verjaardag!). Op een fijne plek met een prachtig uitzicht zagen we de zon ondergaan.

IMG_20191109_100456_972

Prima dus eigenlijk dat er grauwe grijze zaterdagen bestaan. Want zo geniet je nog meer van de mooie dagen ervoor en erna!